Laat ik het hebben over iets waar bijna geen duigenmelker graag over praat, maar wat toch belangrijk is: mest. Niet om de buur te vervelen, maar omdat goed gedroogde duivenmest een waardevolle meststof is.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Rijk aan stikstof, fosfor en kalium. Maar voordat je het in de tuin kunt gebruiken, moet je het eerst goed drogen. En dat is precies waar het misgaat bij veel mensen.
Waarom drogen eigenlijk?
Vers mest is te vochtig, te sterk en ruikt naar ammoniak. Dat is slecht voor planten én voor je gezondheid.
Gedroegde mest is stabieler, minder agressief en makkelijker te verwerken. Het verschil is enorm. Ik heb jaren mest rechtstreeks op de grond gegooid, en het resultaat was matig. Pas toen ik begon te drogen, zag ik echt verschil in de tuin.
Wat me opvalt is dat veel melkers mest zien als afval. Terwijl het eigenlijk een grondstof is.
Je hoeft geen lab te hebben om het te begrijpen. Gewoon wat kennis en de juiste aanpak.
De basis: beukensnippers en lucht
De meest betrouwbare methode ken je waarschijnlijk al: beukensnippers op de hokvloer.
Niet te fijn, niet te grof. Maat 8 tot 10 mm is ideaal.
De snippers absorberen het vocht en laten het langzaam verdampen. Geen stof, geen rommel, gewoon werk. Maar hier komt het: alleen snippers leggen is niet genoeg. De mest moet ook onderaan lucht krijgen.
Daarom leg ik houten vlonders op balken onder de snippers. De balken zijn zo'n 16 cm breed.
Zo ontstaat er een luchtdoorlatende onderlaag. De mest droogt gelijkmatiger en blijft niet plakken. Eerlijk gezegd? De eerste keer dat ik dit probeerde, dacht ik dat het overdreven was.
Maar na een week zag je het verschil. De mest was droger, lichter en ruikte minder scherp.
Erwtenstro als alternatief
Harry van Zuijlen gebruikt erwtenstro in plaats van snippers. Dat werkt omdat stro licht en luchtig is.
Het neemt vocht op en houdt het hok koeler. Na verversing stijgt de temperatuur in het hok iets, maar dat is geen probleem. Na een week of drie is de mest goed te verwerken.
Het nadeel: stro moet wekelijks worden vervangen. En elke vijf tot zes weken moet het hele hok grondig worden schoongemaakt, net zoals je de frequentie van het ontwormen in de gaten houdt. Dat kost tijd. Maar als je het routine maakt, is het te doen.
Vriezen: onverwacht effectief
Een methode die ik zelf niet gebruik, maar die wel werkt: mest invriezen. Je doet de mest in zakken en vriest het in.
Het bevriezen doodt schadelijke bacteriën en vermindert de ammoniakproductie. Daarna laat je het ontdooien in een emmer met water en een meststofmengsel. Let wel: als de mest ammoniakachtig ruikt, is het te laat.
Gooi het dan weg. Een goede indicator is kleur.
Groene mest is niet goed. Dat vind ik trouwens een van de duidelijkste signalen die je kunt gebruiken zonder test.
Zeven: de finishing touch
Steve Salomez, een wedstrijdvisser uit Ieper, raadt aan om de mest na het bevochtigen te zeven. Waarom? Omdat pluimpjes de wortels van planten kunnen verstoppen. Die pluimpjes belemmeren de opname van voedingsstoffen. Door te zeven krijg je een fijnere, homogene mest.
Het is simpel werk, maar het maakt echt verschil. Vooral als je de mest in de tuin gebruikt. Ik heb het een keer vergeleken: gezeefde mest versus ongezeefde. De gezeefde mest werkte sneller en gelijkmatiger.
Analyse: wanneer is het nodig?
Eurofins Agro biedt een MestCheck aan. Daarmee bepaal je de exacte hoeveelheid stikstof, fosfor, kalium, zwavel en magnesium, net zoals je voor de start van het vliegseizoen een grondige gezondheidscontrole bij je duiven uitvoert.
Ook wordt de pH gemeten en gecontroleerd op zware metalen. De kosten liggen tussen de 100 en 300 euro, afhankelijk van de diepte van de analyse. Nu denk je misschien: is dat nodig?
Voor de serieuze tuinder die precies wil weten wat hij toepast, zeker. Maar voor de gemiddelde melker die zijn mest in de tuin gebruikt?
Eerlijk gezegd, niet echt. Als je weet hoe je mest moet drogen en toepassen, kom je al een heel eind.
Wat ik wel belangrijk vind: een ideale stikstofgehalte ligt tussen 3% en 5%. Hoger is te sterk voor de meeste planten. Maar zonder analyse weet je dat niet zeker. Dus als je twijfelt, doe dan een test. Het is een investering die je terugverdient in betere opbrengst.
Toepassing: hoe gebruik je het?
Gedroegde mest kun je op verschillende manieren toepassen. De makkelijkste: direct op de grond strooien.
Maar dat is niet de beste methode. Regen spoelt de voedingsstoffen snel weg.
Beter is om de mest te mengen met de grond voor het planten. Zo hebben de wortels er direct toegang toe. Vooral bij prei werkt dit goed.
Huub, een collega melker, gebruikt een mengverhouding van 1 deel mest op 3 delen water. Hij giet dat rond de wortels van de preiplanten. Het resultaat is indrukwekkend. Je kunt de mest ook aan compost toevoegen.
De compost vertert de mest verder en maakt de voedingsstoffen vrij. Ideaal voor mest die niet direct gebruikt kan worden.
Veiligheid: niet onderschatten
Ammoniak is irriterend voor ogen en luchtwegen. Zware metalen kunnen schadelijk zijn voor bodem en planten.
Draag daarom altijd handschoenen, een masker en een veiligheidsbril als je met verse mest werkt. Dat klinkt misschien overdreven, maar ik heb het zelf ondervonden. Een paar uur mest verspreiden zonder bescherming, en je keel brandt de hele avond. Leer van mijn fout.
Conclusie
Duivenmest drogen is geen wetenschap, maar het vraagt wel aandacht. Beukensnippers met lucht onderaan, of erwtenstro als alternatief. Vriezen als je bacteriën wil doden.
Zeven voor een fijnere structuur. En als je echt serieus wil zijn: laat de mest analyseren.
Maar het belangrijkste is: begin. Wacht niet tot je de perfecte methode hebt gevonden.
Elke stap in de goede richting helpt. En onthoud: mest is geen afval. Het is een grondstof die je duiven voor je produceren. Zorg daarnaast voor drinkwater van optimale kwaliteit voor je duiven. Gebruik het verstandig.