Fokken basis

Redactie Redactie
· · 4 min leestijd

Je staat aan de lok, je duiven worden opgepikt voor een nationale vlucht, en je vraagt je af: hoeveel mag ik eigenlijk meesturen? Het lijkt een simpel vraag, maar de antwoorden die je krijgt variëren per vereniging en regio. Ik zal het even helder houden.

Inhoudsopgave
  1. Het aantal geldt per vereniging
  2. Waarom het aantal uitmaakt op de dag zelf
  3. De rol van het hok en de conditie
  4. Praktisch advies voor de serieuze fokker
Inhoudsopgave
  1. Het aantal geldt per vereniging
  2. Waarom het aantal uitmaakt op de dag zelf
  3. De rol van het hok en de conditie
  4. Praktisch advies voor de serieuze fokker

Het aantal geldt per vereniging

Elke duivenven heeft een eigen reglement dat bepaalt hoeveel duiven je mag inkorven. Er is dus geen landelijk vastgesteld maximum.

Bij veel verenigingen mag je je volledige hok inkorven. Als je dus vijftig weduwen in je hok hebt, dan mag je die vijftig ook allemaal mee. Andere verenigingen stellen een maximum per lid, bijvoorbeeld twintig of veertig duiven.

Dit verschilt per regio, dus check het reglement van jouw vereniging voordat je begint met kiezen.

Wat me opvalt is dat veel fokkers hier soms in de war raken. Ze denken dat er een vast landelijk getal bestaat. Dat is er niet. Het is echt iets wat je bij je eigen vereniging moet opzoeken.

Waarom het aantal uitmaakt op de dag zelf

Het aantal duiven dat je mag inkorven heeft invloed op hoe je wissels samenstelt. Als je veel duiven mag meesturen, heb je meer ruimte om te spelen met combinaties.

Bij een klein aantal moet je keuzes maken. Je kunt niet zomaar alle topduiven meesturen als je maar tien mag. Dan moet je echt kiezen wie je het meest vertrouwt.

De strategie verandert hierdoor ook. Met een groot aantal kun je meer risico nemen.

Over de invloed op je wissels

Je kunt een paar duiven meesturen die goed herstellen, samen met je echte kanshebbers. Met een klein aantal moet elke plaats tellen. Je kunt niet zomaar een zwakkere duif meesturen als reserve.

Hoe meer duiven je volgens de regels voor het inkorven mag inzetten, hoe meer variatie je in je wissels kunt aanbrengen. Je kunt dan meer combinaties proberen, meer richten op verschillende weersomstandigheden.

Bij een beperkt aantal moet je scherper kiezen. Elke duif moet een duidelijke reden hebben om mee te gaan.

Eerlijk gezegd vind ik trouwens dat dit een van de meest onderschatte factor is. Veel fokkers richten zich alleen op de prestaties van individuele duiven, maar denken minder na over hoe het aantal hun wissels beïnvloedt. Dat vind ik een gemiste kans.

De rol van het hok en de conditie

Het aantal dat je mag inkorven hangt ook samen met hoe je hok eruitzit.

Als je veel duiven hebt en ze allemaal goed vliegen, dan is een groot aantal logisch. Maar als je hok vol staat met duiven die niet helemaal scherp zijn, dan helpt het niet om ze voor te bereiden op een nationale vlucht.

Kwaliteit boven kwantiteit blijft gelden, ook bij nationale vluchten vanaf de beste loslokaties. Conditie speelt hierbij een grote rol. Die vind ik trouwens een van de lastigste dingen om goed in te schatten. Je kunt een duif hebben met geweldige papieren, maar als die op de dag zelf niet lekker in de lucht staat, dan helpt het niet meer hoeveel je mag meesturen.

De duif moet fit zijn, niet alleen op papier maar ook in de praktijk.

Herstelvermogen als verborgen factor

Iets dat ik in mijn eigen hok goed let, is herstelvermogen. Een duif die snel herstelt na een zware vlucht, is meer waard dan een duif met mooie stamboom die dagen nodig heeft om weer scherp te zijn. Dit zie je terug in de genetica, bijvoorbeeld bij genen die spierstofwisseling beïnvloeden.

Maar je hoeft geen DNA-test te doen om dit in te schatten. Kijk gewoon naar hoe je duiven reageren na een lastige vlucht. Dat zegt meer dan elk labresultaat.

Praktisch advies voor de serieuze fokker

Mijn advies is simpel: kijk niet alleen naar wat je mag, maar naar wat je echt nodig hebt. Als je een kleine groep topduiven hebt die goed vliegen, dan kun je met een beperkt aantal prima meedoen.

Het gaat erom dat je de juiste duigen op de juiste dag op de lok hebt, niet dat je zoveel mogelijk meestuurt.

Wat ik zelf doa, is werken met een vaste kern van duiven die ik vertrouw. Ik heb een groep van zo'n twintig tot vijfentwintig duiven waarop ik bouw. Van die groep selecteer ik per vlacht wie er meegaat.

Niet allemaal tegelijk, maar gericht. En dat werkt beter voor mij dan een willekeurig groot aantal opsturen. En als je echt wilt weten wat je duiven waard zijn, kijk dan naar hun prestaties over meerdere seizoenen. Niet naar een DNA-profiel, niet naar een dure test van PiGen of een andere aanbieder.

Gewoon naar wat ze doen in de lucht. Daar zit de waarheid.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Fokken basis
Redactie
Redactie

Meer over Fokken basis

Bekijk alle 180 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Lees verder →