Stel je voor: je duiven vliegen in, de eerste zes uur van de dag was het windstil, en dan komt er een harde wind opzetten uit het westen. Wat gebeurt er dan met je kansen?
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Veel fokkers merken het: op sommige dagen komen de duiven er als een trein in, en op andere dagen duurt het langer dan verwacht. Wind speelt een grotere rol dan de meeste mensen denken.
Windrichting maakt het verschil
Dat klinkt misschien logisch, maar het is echt waar: tegenwind vertraagt je duiven, mee wind versnelt ze.
Maar het is niet zo simpel als "tegenwind = slecht, meewind = goed". Het hangt er vanaf welke kant de wind komt en hoe sterk hij staat.
Een harde tegenwind uit het noorden op een terugvlucht vanuit het zuiden kan je duiven dagen later zien aankomen dan je had gehoopt. Een zijwind uit het oosten kan juist helpen, omdat duiven dan een soort van slingshot-effect kunnen maken. Wat me opvalt is dat veel fokkers te veel focussen op de wind op grondniveau. Maar op vlieghoogte kan de wind heel anders staan.
Een duif die op 500 meter hoogte vliegt, kan een heel andere wind ondervinden dan wat je in je tuin voelt.
Dat maakt het lastig om thuis te voorspellen hoe het zal verlopen.
Windkracht en duikracht
Bij windkracht 4 of harder moet je rekening houden met vertraging. Duiven vliegen dan harder om dezelfde snelheid te houden, en dat kost energie.
En energie betekent dat ze vaker moeten rusten. Je ziet het terug in de uitslagen: bij harde tegenwind komen de eerste duiven vaak later in, maar de gemiddelde snelheid kan nog steeds hoog zijn.
Ze vliegen gewoon harder om er te komen. Bij windkracht 6 of meer wordt het echt lastig. Dan zie je dat sommige duiven onderweg blijven hangen.
Het verband met temperatuur en wind samen
Ze zoeken beschutting, wachten op betere condities. Dat is geen zwakte, dat is slim. Een duif die doorvliegt bij stormachtig weer, kan uitvallen. Een duif die wacht en de volgende ochtend doorvliegt, komt er nog steeds op tijd in.
Wind en temperatuur gaan vaak samen. Een koude noordewind in de winter is anders dan een warme zuidewind in de zomer.
Koude wind kost meer energie omdat de duif harder moet vliegen. Warme wind kan juist helpen, omdat de lucht dunner is en er minder weerstand is.
Maar te warm is ook niet goed, want dan raakt de duif uitgeput door hitte. Eerlijk gezegd vind ik dat de combinatie van wind en temperatuur belangrijker is dan wind alleen. Een milde dag met lichte tegenwind is beter dan een hete dag met meewind. De duif kan dan efficiënter vliegen.
Wat betekent dit voor de fokker?
Als je serieus fokt, moet je rekening houden met windcondities. Niet alleen op de dag van de wedstrijd, maar ook in de weken ervoor. Duiven die in een windstille omgeving zijn opgegroeid, kunnen moeite hebben met harde wind tijdens een één-dagse lange afstand vlucht.
Duiven die in een winderige omgeving zijn opgegroeid, zijn vaak beter in het omgaan met tegenwind.
Fokken op windbestendigheid
Dat vind ik trouwens een van de redenen waarom fokkers in windrijke gebieten vaak betere resultaten halen. Hun duiven zijn gewend aan de wind.
Ze weten hoe ze er mee om moeten gaan. In vlak Nederland is dat minder het geval, en daar zie je soms meer uitvallers. Je kunt niet direct fokken op "windbestendigheid" als je dat zo noemt, maar je kunt wel selecteren op eigenschappen die helpen.
Denk aan spierstofwisseling, herstelvermogen, en rustig temperament. Een duif die snel herstelt na een zware vlucht, is beter bestand tegen windstress.
Een duif die rustig blijft onder druk, vliegt efficiënter. Wat me opvalt is dat veel fokkers te veel focussen op snelheid alleen. Maar snelheid zonder uithoudingsvermogen is nuttig bij windstil weer. Bij wind moet je duif ook kunnen doorzetten. En dat komt niet alleen door genetiek, maar ook door training en conditie.
De rol van de SERT-gen
Hier wordt het interessant. Het serotoninetransporter-gen, of SERT, speelt een rol in stresshantering.
En wind is stress. Een duif die goed omgaat met stress, vliegt efficiënter onder moeilijke condities. Dat betekent dat een duif met een goed SERT-profiel beter presteert bij harde wind dan een duif met een zwakker profiel. Maar let op: genetisch testen op SERT is handig, maar het zegt niet alles.
Een stamboom met prestaties bij verschillende windcondities zegt meer dan een labuitslag. Ik heb gezien dat fokkers veel geld uitgegen aan DNA-tests, terwijl ze beter kijken naar wat hun eigen duiven doen bij wind.
Praktisch advies voor de fokker
Dus wat kun je doen? Ten eerste: let op de weersverwachting.
Als je weet dat er harde tegenwind komt, weet je dat je duigen langer onderweg kunnen zijn. Geef ze de tijd. Ten tweede: train je duiven in verschillende windcondities.
Laat ze wennen aan wind, zodat ze er niet door worden overvallen. En ten derde: selecteer op herstelvermogen.
Een duif die snel herstelt na een zware vlucht, is waardevol. Niet alleen bij wind, maar bij alle condities. Als een duif te laat thuiskomt, is dat waar het echt om gaat.
Conclusie
Wind heeft duidelijk invloed op de vluchttijd van postduiven. Tegenwind vertraagt, meewind versnelt, en harde wind kan zelfs uitvallers veroorzaken.
Maar het is niet alleen de wind die telt. Het is de combinatie van wind, temperatuur, en de conditie van je duiven.
Als je serieus fokt, moet je rekening houden met windcondities. Niet alleen op de dag van de wedstrijd, maar ook in de weken ervoor. Kies de juiste loslokaties voor nationale vluchten en selecteer op herstelvermogen, rustig temperament, en efficiënt vlieggedrag. En bovenal: kijk naar wat je eigen duiven doen, niet naar wat een labuitslag je vertelt. Want uiteindelijk is het hok dat je vertelt wat je duiven kunnen, niet het lab.